zondag 13 mei 2018

Vandaag


Ook zo'n dag als vandaag
even extra stil
het gevoel van
gemis
nooit voorbij

Ook zo'n dag als vandaag
eigenlijk net als
alle andere dagen
altijd daar

Ook zo'n dag als vandaag
niet meer en
beslist niet minder
het gemis

Ook zo'n dag als vandaag
herinneringen
en zeker weten
dat ze er is

~~~~


wat een 'wereldwijf'

dat was mijn lieve moeder ook
en dus, hoe toepasselijk 

zaterdag 12 mei 2018

Iets met tijd...


Tijd. Het ons zo welbekende verschijnsel, 'waarbij van een gebeurtenis gezegd kan worden dat deze na een andere gebeurtenis plaatsvindt. De tijd wordt wel gezien al een opeenvolging van tijdstippen. Daarnaast kan bepaald worden hoeveel tijd een gebeurtenis na een andere plaatsvindt. Het betreft dan de tijdsduur tussen twee tijdstippen. Tijd is het begrip waarmee deze volgorde en duur wordt beschreven.' Tot zover welkom bij Wikipedia.

In feite kan ik beter zeggen: 'Welkom bij HuizeHens', of misschien beter: 'Welkom terug.' Ik ben eigenlijk zelfs een klein beetje benieuwd of jullie lezers mijn blog nog weten te vinden. Tja, de tijd zal het leren.

Ach ja, die tijd die weet wat. Ik had er de afgelopen periode behoorlijk mee te stellen. Ook wel best veel van nodig, gezien alle deadlines, stress, te weinig uren in de dag, te weinig dagen in de week. Althans, in mijn perceptie. 'Want tijd als zodanig kunnen we immers niet waarnemen. We kunnen het alleen afleiden uit veranderingen van bepaalde gebeurtenissen.' (Wikipedia). Nou, ik kan je zeggen, die gebeurtenissen waren er genoeg, de afgelopen tijd; tijdstippen en momenten volgden elkaar dan ook in rap tempo op. 

Maar, ik ben er weer en ik heb (bijna) weer alle tijd. Ruimte is er eveneens. Ook in mijn hoofd. Gelukkig, want volgens Einstein - hij was zo gek nog niet- zijn er overeenkomsten aan te wijzen tussen ruimte en tijd, maar is er ook een onderscheid. Je kunt je vrijelijk bewegen in de ruimte, maar niet in de tijd... En al snap ik deze, ik was nooit zo'n ster in natuurkunde. Eigenlijk heb ik mezelf altijd wijsgemaakt dat leren nooit echt leuk was. Studeren zat er bij ons thuis toch niet in. Dus och, waarom dan leren? Ik deed het wel, misschien zelfs met de bekende 'vingers in mijn neus'. Maar of ik het nu zo leuk vond? Rare uitdrukking eigenlijk hè. Ik mocht als kind namelijk echt niet met mijn vingers in mijn neus zitten. Volgens het woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (ik wist niet eens dat het bestond) van Marc de Coster, is het Vlaams wielerjargon en betekent het 'zonder veel inspanning'. Dat wist ik dan weer wel. Het is ontleend aan het Frans; naar verluidt zou het steken van de vingers in de neusgaten van paarden een kalmerende uitwerking hebben. Afijn, binnenkort maar eens navragen bij een collega, tevens paardenkenner. Ook daar heb ik immers weer tijd voor, nu ik de tijd (bijna) weer heb.

Waar ik dan zo druk mee was, de afgelopen tijd? Ik beloof, daarover de volgende keer meer. Nog één 'dingetje' om af te ronden aankomende week en dan heb ik echt weer ALLE tijd, voor al die andere leuke, gezellige, spontane, te gekke dingen, waarvoor ik... ach, je weet wel, iets met tijd en zo.

Ik kan in ieder geval wel alvast verklappen dat wat ik heb gedaan, -buiten interessant, inspirerend en ongelooflijk boeiend- ik onwijs gaaf vond om te doen!



zondag 8 april 2018

Op een mooie lentedag...

 
Als ik de gang in loop, zie ik haar zitten in een van de bruinleren eetkamerstoelen met wieltjes. Hoofd naar beneden, beetje mopperend, af en toe voor zich uit roepend. Op mijn 'Hé lieve vriendin', schiet haar hoofd omhoog en kijk ik in een paar stralende ogen, terwijl ze lachend roept: 'HÉÉÉÉÉ....'.

Struikelend over teveel woorden tegelijk, vertelt ze wat ze zeggen wil. Ik voel haar onrust. Geef haar een zoen op haar voorhoofd en zwaai naar de bewoners in de huiskamer. Mevrouw v. K. schenkt me een lieve lach en lijkt ook altijd blij me te zien; geweldig!
Ik praat kort met haar -nu nog- EVV'er, over dingen die ons al lang niet meer verbazen en draai me weer om naar mijn vriendin. 'Ik heb iets lekkers meegenomen, heerlijke zoete aardbeien.' Te druk met haar stoel, haar voeten en haar verhaal, ontgaan de rode zomerkoninkjes haar volledig.
Ik pak haar handen en vraag wat ze wil. In een moeite door staat ze op en zo wandelen we voetje voor voetje naar haar kamer.

Mijn lieve vriendin, het ene moment vrolijk, relaxt en alert. Het andere somber, bang en onrustig. Toch herken ik deze laatste twee jaar een rode draad in haar verhalen; ze wil weg, ze wil hier niet zijn, en zo ook vandaag.

Zittend in haar luie stoel, onder het zachte pluche dekentje, doezelt ze even weg. Het geeft mij de gelegenheid plantjes water te geven en de waterkoker aan te zetten voor een kopje zachte honingthee bij het broodje knakworst zo meteen...

Het is een echte mooie lentedag en eindelijk is weer gelegenheid op zoek te gaan naar de zwanen. 'De zwarte?' vraagt ze. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die daar nog nooit heb gezien. De variant valt gelukkig ook in de smaak; schapen met speelse lammeren.

Na onze wandeling aansluiten bij alle anderen op het terras, blijkt echter geen succes en dus zoeken we weer lekker haar eigen rustige plek op voor een ouderwetse manicure.
Onder het nagels lakken, vallen af en toe haar ogen dicht. ‘Oooh…’, klinkt het ineens uit haar mond en ik vraag waarom ze roept. ‘Ik ben bang’, zegt ze. ‘Ik zie het niet.’ Ze kijkt omhoog en vindt mijn ogen. ‘Wat voel je dan?’, vraag ik, terwijl ik zachtjes over haar wang streel. ‘Machteloos…. Ik kan het allemaal geen plekje geven. Moet altijd extra mijn best doen.’ Als ik zeg dat me dat ook niet fijn lijkt, vermoeiend ook vooral, knikt ze. ‘Misschien kun je wel iets minder je best doen.', zeg ik, 'Je doet al zo goed je best, en volgens mij is dat meer dan genoeg.’ Ze glimlacht en zegt, terwijl ze met de achterkant van haar hand resoluut langs haar mond veegt: ‘maar als ze dat doen… en niet vragen…’ en een paar brutale ogen kijken mijn kant op...

Tja, ik snap wat ze bedoelt en beaam dat dát ook niet fijn is. Dat iemand zeker kan vragen of ze je mond mogen afvegen – terwijl ik de daad bij woord voeg. Langzaam loopt er een straaltje vocht uit haar mondhoek; het vergeten om af en toe te slikken…

‘Oooh…’klinkt het weer, ‘toevallig’ op de toon van het liedje 'Ozewiezewoze...' en als ik begin te zingen, zingt ze lachend mee, mijn bijzondere vriendin...


zondag 18 maart 2018

Vandaag...

...en toen ineens hield het op -een dag of 10 geleden- en ging ook bij mij het welbekende lichtje uit. Mijn manager lachte om mijn blijkbaar beeldende uitleg die ochtend over hoe ik me voelde: komend uit een '11-ronden durend kickboksgevecht met Badr Hari'; geradbraakt, spierpijn die zijn weerga niet kende, om over de rest nog maar te zwijgen. Niet dat ik überhaupt weet hoe een kickbokser zich voelt na een gevecht hoor, maar ik denk dat ik aardig in de buurt zat.

Met de liefdevolle verzorging van mijn lief, kopje thee met melk en een droog beschuitje op z'n tijd, dook ik weer onder mijn dekbed, om er voorlopig de eerste dagen niet meer onderuit te komen. Na een paar dagen mijn longen uit mijn lijf gehoest te hebben, vond ik het echter welletjes. Toch maar even naar de huisarts en checken...

Afijn, nog drie dagen en dan is de AB-kuur achter de rug, is hopelijk de allergische reactie op de koorts weg en behoort de bronchitis tot de verleden tijd. Die verstopte neus leer ik wel mee leven, want er is namelijk genoeg te doen. Niets voor mij dat stilzitten, me zo slap als een vaatdoek voelen, geen energie te hebben om ook maar iets te ondernemen en/of te doen. En terwijl ik dit tik, moet ik bekennen dat mijn hoofd nog verre van helder is en zelfs behoorlijk wattig aanvoelt. Hoor ik alle goedbedoelde adviezen in mijn achterhoofd: 'niet te snel weer beginnen hoor Heleen, het is een draak van een virus, rustig aan...'. Maar ja, maar ja, maar ja. De wattigheid maakt overigens ook dat ik niet eens in paniek raak als ik bedenk wat ik allemaal nog moet doen, wie ik allemaal nog moet bellen, wat ik allemaal nog moet leren, regelen... al zou ik in de paniek willen schieten, ik heb er niet eens de puf voor, maf hoor.

Ik kijk naar buiten. De zon schijnt. Ik realiseer me dat ik al meer dan tien dagen niet buiten ben geweest. Althans, als je het bezoekje aan de huisarts en apotheek buiten beschouwing laat; auto in, auto uit.

Terwijl ik naar buiten kijk, waar de zon schijnt, realiseer ik me ook hoe iets zo'n vertekend beeld kan geven; het lijkt zo lekker, maar je weet wel beter. Tegelijkertijd staat mijn vage hoofd niet stil en denk ik aan lieve mensen die ik al te lang niet heb gezien/gesproken. Afspraken die ik al maanden probeer te maken. Mailtjes die ik al weken probeer te schrijven. Huiswerk dat blijft liggen, de deadline nadert. Ontwikkelingen op het werk die aandacht behoeven. Vrienden die ik nooit meer zal zien, simpelweg omdat ze er niet meer zijn en dat doet me dan weer denken aan dit liedje, zo toepasselijk, twee jaar geleden op deze dag, zo toepasselijk twee jaar later.

'Alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn...' en ik kijk naar buiten, waar de zon schijnt, ook vandaag...





bron: Frank Boeijen/Pessoa

woensdag 28 februari 2018

woensdag 21 februari 2018

Dromen






Dagen kan ik dromen
loop ik in gedachten mee
had zo graag je meegenomen
nog één keer naar die zee


Steeds weer die beweging,
angsten en geen rust
Wat nog over is gebleven
denkbaar, nog één keer naar die kust


Ik weet het, water en de wind
dat nog een keer te voelen
Want ach, wie weet
stopt één moment het woelen


Kijken naar het water,
al is het maar voor even,
omdat simpelweg
niets uitmaakt
in dit leven
De wind, die lucht
de stilheid van jouw wezen
die kracht niet meer
alleen wel af te lezen
 
Nu en dan zo nodig, verstoken van, daar willen zijn
't is niet veel groter, en oprecht, bescheiden klein

Altijd weer iedereen,
zoveel of niets te zeggen
over alles,
hoef jij niets uit te leggen

Soms eenvoudig zwijgen,
je blik meer dan genoeg
't stil zijn van jouw woorden
wellicht net nog te vroeg


Dan vraag je me: Waarheen? Waar ben ik dan?
Tot dan en zolang nodig
doe ik met liefde wat ik kan...